“The Ugly Duckling” Als een metafoor voor verlichting

A fairytale by Danish poet and author, Hans Christian Andersen (1805-1875)


De Geboorte

Vanaf de geboorte, zoals het ‘eendje’, moeten we volledig opnieuw beginnen. Ontdaan van alle bewuste herinneringen van waar we vandaan komen, waarom we hier zijn en de gehele betekenis van creatie en de uitdaging, voel je je alleenstaand.

En niet alleen dat, maar bij aankomst in ons nieuwe lichaam en de zelf dat we hebben uitgekozen om het leven in te ademen, openbaart zichzelf als minder dan perfect. In feite zien we het als lelijk; er is iets niet helemaal juist met onze aanwezigheid, we passen er niet in. We volgen de menigte ookal zijn we geen kopie van alle anderen. Ironisch genoeg lijken we dit allemaal te ervaren, toch houden velen zichzelf lang voor de gek door te denken dat ze een soort homogeen aantal zijn om toe te voegen aan de bevolking.

We kunnen misschien liefde en affectie hebben gehad door één of twee mensen zoals de adoptieve moeder eend die niet zal stoppen om ons te beschermen, maar de waarheid is dat zij zelfs in haar eigen karmische valkuilen leeft. Uiteindelijk willen we opnieuw aansluiten of herontdekken van de hogere liefde waar we echt horen.

De verbinding is verbroken; we zijn afgesneden van alle waarheid en zijn in een koude rivier geworpen zonder enig idee van de vergankelijkheid van onze situatie. We worden verzwolgen door eenzaamheid. Het erop houdend dat we worden gemeden en we laten onze integriteit herhaaldelijk varen. Onze onschuld is verloren gegaan; we worden zelfbewust van onze authenticiteit die afbreekt. We volgen de kudde en doen alsof we daarin passen.

Het Ontkennen Van Zijn Ware Natuur

Zodra de verbinding is verbroken en zijn minderwaardigheid als waarheid accepteert, wordt de ontkenning van zijn ware aard gewoon. Het vindt vrede in zijn eigen vernietiging en de acceptatie van de illusie die het heeft gecreëerd. Het is jarenlang wandelend, verloren en verzwakt in een diepe lijden, verteerd door zijn eigen ego en zijn eigen ellende. Toch probeert het zich aan te passen, en elke poging om zich te mengen in de menigte begint opnieuw wanhopiger te voelen.

De Transformatie Begint

Ondanks het ervaren van twijfel in relatie tot zijn ware aard, zoals het Eendje groeit, wordt het meer en meer verteerd in ellende. Hopeloosheid bij de verschillende gemeden pogingen om ergens in te passen en een connectie te maken. Ondanks een paar avonturen onderweg, na te doen alsof je iemand bent die je in werkelijkheid niet bent. Valt het Eendje gevoelloos over in wanhoop, berust in zichzelf gekeerd. Het geeft op en maakt geen verbindingen meer, in plaats daarvan leeft het een leven van eenzaamheid; het lot van de minderwaardigheid. Het verbergt zich in het riet, afwerend zonder vorm van oogcontact, sluipt rond en gedraagt zich het alsof het wachtende is om te gaan sterven.

Plotseling, op een dag wanneer de laatste pijn voor het leven eindelijk zijn lichaam lijkt te hebben verlaten en de laatste pluim donzig grijs naar beneden is gevallen, hoort het eendje een sprankelend geluid. Hij heft zijn hoofd op en ziet een prachtig schepsel, in tegenstelling tot iets wat die ooit eerder heeft gezien; lange nek, witte veren, de belichaming van genade. Dichterbij zwemmend ziet hij de zwanen niet alleen van dichtbij, maar vangt ook een glimp op van zijn eigen reflectie, een die hij zo lange tijd heeft genegeerd dat hij vergeten was dat hij er een had. Alleen om te ontdekken dat hij er precies hetzelfde uitzag als degene ervoor. Terwijl ze de lucht in vliegen, spreidt het eendje; nu een zwaan zijn vleugels uit en voegt zich bij hen, met de kennis dat het altijd mooi was, stroomt het terug instaat zijn authentieke zelf te om armen en voor eens en voor altijd in vrede met zichzelf te zijn. 

De Moraal

De moraal van dit verhaal, ondanks al het voor de hand liggende, moet hij zeker zijn en niet alleen onthouden dat we pure liefde zijn en op een dag weer bij ons hogere zelf zullen komen, maar ook om te genieten van onze ‘lelijkheid’. Spiritualiteit helpt ons om er zeker van te zijn dat op een dag ons lijden voorbij is. Neem het leven in zijn onvolmaaktheid, want ook dat is even vitaal als de gelukzaligheid. Doorzettingsvermogen en geloof helpt ons de illusie van ‘tijd’ te transcenderen en te verbinden in aanvaarding van de vergankelijkheid.

Onze ‘kudde’ is geen specifieke groep mensen of een stukje land, maar het universum en de oneindige schepping in zijn geheel. Noch is de zwaan ‘hoger’ of ‘lager’ dan de eenden, maar dezelfde uitdrukking van het goddelijke eenheid dat naar zichzelf kijkt. Boven alles lijkt dit diepzinnige kleine verhaal ons te vertellen dat in dit pad van het meeste lijden; van lelijkheid, eenzaamheid en minderwaardigheid de meester pad naar verlichting schuilt. Hoe dieper de stroming, hoe hoger de piek. Als je diep in jezelf op zoek zult gaan maak je opnieuw weer contact met de universele liefde die rust zal brengen op je verdere levensweg.